Home
NL | EN

Ontmoeting met de West-Europese Unie



Op maandag 12 juli 2010 ontving de voorzitter van het Adviescomité voor Europese Aangelegenheden, Herman De Croo, de voorzitter van de Assemblee van de WEU, de heer Robert Walter.

De heer Walter bracht in herinnering dat de Assemblee van de West-Europese Unie (WEU) - het enige geïnstitutionaliseerde gremium waar nationale parlementsleden geregeld en op een georganiseerde manier debatteren over de Europese defensie - zal worden opgeheven ten gevolge van de beslissing van de WEU-lidstaten om het herziene Verdrag van Brussel op te zeggen. Hij onderstreepte dat de Assemblee van de WEU een afspiegeling geworden is van de EU en omgevormd werd tot een Europese assemblee voor veiligheid en defensie, dus tot een soort embryonale Europese instelling. Toen bekend werd dat de WEU en haar Assemblee zouden worden opgeheven, hebben de regeringen laten verstaan dat de nationale Parlementen zich zullen moeten buigen over de interparlementaire controle op het Europees veiligheids- en defensiebeleid (EVDB); zij zullen initiatieven moeten nemen met betrekking tot de structuur en het beheer van een eventueel nieuw interparlementair orgaan, en de financiering ervan.

De heer Walter beklemtoonde dat het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en het EVDB krachtens het Verdrag van Lissabon in wezen intergouvernementele aangelegenheden zijn. Het Europees Parlement speelt geen centrale rol op dat gebied; de nationale Parlementen zijn ontegensprekelijk bevoegd voor de controle op dat beleid. Het zijn de nationale Parlementen die beslissen welke nationale financiële middelen en capaciteit aan het EVDB worden toegewezen, en zij beslissen in laatste instantie over het inzetten van militairen voor EVDB-operaties. Die militaire middelen worden gefinancierd door de belastingbetaler en niet door diegenen die de Europese begroting goedkeuren.

De collectieve parlementaire controle strekt ertoe het Europees veiligheids- en defensiebeleid tegen het licht te houden. Momenteel wordt die controle uitgeoefend door de Europese Assemblee voor veiligheid en defensie/Assemblee van de WEU. De voorzitter van de Assemblee van de WEU gaf aan dat zijn Assemblee zeker in staat is toe te zien op Europese projecten zoals de A400M of de Eurofighter, want dergelijke projecten passen in het kader van het Europees defensiebeleid.

De heer Walter zette vervolgens de onderscheiden opties uiteen voor de toekomstige interparlementaire controle op het GBVB en het EVDB. Daarbij stelde hij een vaste interparlementaire conferentie als model op de voorgrond, op grond van het Protocol nr. 1 van het Verdrag van Lissabon; die conferentie zou ingesteld worden door de COSAC en daarin zouden de nationale delegaties vertegenwoordigd zijn naar evenredigheid van het gewicht van de lidstaten. De conferentie zou kunnen beschikken over een beperkt secretariaat in Brussel.

De heer Walter pleit voor de oprichting van een “stuurgroep”, onder voorzitterschap van de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en het Belgische Parlement, om het proces van de toetsing van de voor- en nadelen van de onderscheiden voorstellen te sturen en om het meest geschikte model voor de interparlementaire controle op het EVDB in de toekomst aan te reiken. De precieze samenstelling van die stuurgroep staat nog niet vast, maar dit orgaan zou niet meer dan 10 leden mogen tellen (Belgische Kamer en Senaat, Assemblee van de WEU, Europees Parlement, Hoge Vertegenwoordiger, voorzitters van de commissies voor de Landsverdediging). Er werd aan herinnerd dat de Conferentie van de voorzitters van de parlementen van de EU tijdens haar vergadering van april 2010 in Stockholm het Belgische voorzitterschap opgedragen heeft om tegen haar volgende vergadering in april 2011 een voorstel voor te leggen met betrekking tot de interparlementaire controle op het EVDB.

Adviescomitévoorzitter De Croo schetste de huidige politieke situatie in België en merkte op dat het creëren van een nieuwe interparlementaire structuur die een duplicaat zou zijn van de bestaande Assemblee, op weerstand zou stuiten. Zo een eventueel op te richten stuurgroep mag uit niet te veel vertegenwoordigers samengesteld zijn. Het Europees Parlement moet een volwaardig lid zijn van die stuurgroep; zijn rol mag niet beperkt blijven tot die van waarnemer.

De heer De Croo suggereerde de heer Walter een nota op te stellen waarin wordt uitgelegd waarom het van fundamenteel belang is dat men de Assemblee van de WEU doet herrijzen, om te voorkomen dat er een funest vacuüm in de democratische controle op het GBVB en het EVDB zou ontstaan. Er moet ook een precieze datum worden afgesproken en de opdracht van de stuurgroep moet duidelijk omschreven worden. De heer De Croo wees er tevens op dat dit onderwerp ook al behandeld werd in hoofdstuk 2 van het halfjaarlijks verslag van de COSAC en dat het op de agenda staat van de COSAC-vergadering in Brussel op 25 en 26 oktober 2010. Tot besluit onderstreepte voorzitter De Croo dat hij de Kamervoorzitter en de Belgische minister van Landsverdediging zou kennisgeven van die voorstellen van de Assemblee van de WEU.


12 juillet 2010 12 juillet 2010 Source : "Herman De Croo"
Terug retour � la vue d'ensemble
Herman en images
  Vorige Volgende  
Facebook

Devenir fan sur Facebook

Que la Belgique crève?

Que la Belgique crève? Herman De Croo pose des questions critiques aux séparatistes. De plus en plus de Flamands se réjouissent des avantages économiques quel leur apporterait une Flandre indépendante. Mais entre le rêve et la réalité, il y a des lois et les obstacles pratiques. Dans cet essai, Herman De Croo veut mettre des problèmes sur la table. Quelques questions: Comment divisons-nous notre dette de l’État? La Flandre, aura-t-elle une place en Europe? Que faisons-nous avec les milliers de navetteurs qui viennent travailler à Bruxelles? Un pamphlet controversiel qui entend ouvrir la discussion sur les pertes et profits d’une séparation de biens de la Belgique.